Mijn moeder zegt dat ik een engel ben

Mijn moeder ontpopt zich tot één van mijn belangrijkste coaches (coach iemand die het beste uit je haalt en je aanmoedigt). Zij is nu 83 jaar oud. Een beetje in de war. Ze begrijpt niet alles meer zo goed. Beginnende dementie! De dagen van de week tuimelen over elkaar heen in haar hoofd. Soms belt ze me en loopt ze over van liefde en dankbaarheid. Zegt dat ik een engel ben. Ben ik een engel?



Op 80-jarige leeftijd begint mijn moeder te genieten. Schaamteloos! Van alle aandacht en alle complimenten die zij krijgt, om haar mooie en meisjesachtig uiterlijk dat zij op wonderbaarlijke wijze heeft bewaard. En zij geniet van de koekjes en de toetjes, de Gado Gado en de Tjendol, luisteren naar Eddy Wally, de vis met pindasaus, de knappe ober van het restaurant, het dansen tijdens de muziekmiddagen, stralend middelpunt zijn, knuffelen met Ronny Tober, op de foto met de troubadour, sjansen met de leuke verpleger, bewonderend en verlekkerd over een mooie mannelijke haardos aaien. Dansen en dansen, met iedereen die maar met haar wil dansen; vrouw of man, met of zonder rolstoel.


In juni 2017 (net 80) kreeg zij een hersenbloeding. Even dachten wij dat we haar kwijt waren. Maar ze herstelde. Mijn altijd bezorgde en zorgende moeder, tobberig, druk, vaak een beetje in de war, moeite met te focussen, meestal luisterend met slechts een half oor, afdwalend: 'O, wat zei je nou?', gedienstig, opofferend, geremd, vaak niet helemaal gelukkig. Deze moeder kwam anders terug. Nu: één en al dankbaarheid, liefdevol, behulpzaam, waarderend, lachend, ongeremd. Wat een geluk om op 80-jarige leeftijd opeens zo in het leven te staan.




Maar met haar nieuw verworven ongeremdheid komt ook een andere kant omhoog. In het verzorgingshuis kan ze soms boos en driftig zijn: met dingen gooien, met de rollator tegen deuren, tafels en stoelen rijden. Of ze is hardnekkig, beschuldigend en achterdochtig: 'Ik weet wel dat je mijn rode broek hebt weggegooid, omdat hij verkleurt in de was!' ('Nee, mama echt niet.!') Of depressief klagend: 'Laat me maar dood gaan, het leven is toch niets meer aan, ik ben alleen maar tot last.' En ongeneerd kleinzerig: 'Die spuiten die ik krijg doen zo'n pijn, ik heb aan de dokter euthanasie gevraagd.' En dan mij aankijkend: 'Of vind je dat vervelend?'


Mijn moeder werd in 1937 in het voormalig Nederlands-Indië geboren. Haar vader vond haar een lelijk kind met haar te donkere huid en zwart krullend haar. Ze leek wel een negerin. Blank was beter. Als oudste dochter moest ze voor haar ziekelijke jongste broertje zorgen. Leren kon ze niet goed. Een verlegen, naïef meisje, dat zichzelf dom en lelijk vond. Haar hele leven heeft ze erover gedaan om te ontdekken hoe mooi en lief ze is. En ze kan lachend bijna schaterend zeggen: 'Oh, wat ben ik toch dom, hè.'


Mijn moeder valt op stoere blanke mannen, geen intellectuele types. Mijn vader was er zo één. Voetballer, belhamel, zuiplap, geen lieve man. Als ze van mij in verwachting is, loopt ze 's avonds verdwaasd en depressief over de Stratumse hei. Ze wil dood. Een oudere man ontfermt zich over haar, praat haar moed in en stuurt haar naar huis. Het ongelukkige huwelijk houdt nog 13 jaar stand.


Daarna begint de grote ontdekkingsreis van het onzekere Indische meisje naar zelfstandigheid, zelfvertrouwen en zelfrespect. Ze gaat in een therapiegroepje, ontmoet nieuwe mensen, gaat uit en weet zich omringd door een grote kring van bewonderaars en aanbidders. Het meisje wordt volwassen en kiest voor Henk, de van zelfvertrouwen blakende hotelbaas. Ook stoer en een beetje kortzichtig en koppig soms, maar ditmaal wel één die zorgzaam en liefdevol is, haar op handen draagt. Zoals zij gedragen wil worden.

Zij zijn zo'n 30 jaar samen.


Henk overlijdt een half jaar nadat mijn moeder haar hersenbloeding heeft gehad. De wetmatigheid van het leven is simpel: ouders zorgen voor hun kinderen, kinderen zorgen later weer voor hun ouders. Ik ontferm mij over mijn hulpeloze moeder. Ik ben daar niet altijd blij mee. Waar haal ik de tijd en energie vandaan? Waar moet ik met haar over praten? Hoe leg ik haar uit hoe de dagen in een vaste volgorde in de week passen? Hoe bestrijd ik de chaos in haar hoofd en kamer. Hoe toom ik haar verzamelwoede in (een ijskast vol broodkorsten en 30 lege plastic flesjes)? En hoe corrigeer ik haar al te naïeve wereldbeeld?


Ik ga met haar naar Ikea en richt haar kamer opnieuw in. De grote weekkalender en de Brainklok scheppen enige orde in de chaos van de lineaire tijd. We leggen bezoekjes af aan audicien, geriator en voetwinkel. Ik maak voor haar Gado Gado en Sambel Goreng Tempeh. Bij de Toko drinken we Tjendol. Trouw doet ze de oefeningen die ik haar leer om haar soms pijnlijke rug soepel te houden. En met enkele kwinkslagen verjaag ik meestal succesvol haar sombere buien. Ondertussen doet mijn broertje haar boodschappen en ruimt mijn zoon 1x per week haar kamer op. Wat is zij ons dankbaar, en wat is ze altijd blij om mij te zien. Voor haar ben ik een engel en ik begin er zowaar zelf ook een beetje in te geloven.


Ik vind een nieuwe manier om met haar te communiceren. We lachen ons dood om groffe grapjes en groffe praatjes, winden nergens doekjes om, we zijn ongeneerd! We bevrijden ons van maatschappelijke conventies, waarbij ik ervoor moet waken dat ze blijft beseffen dat de alledaagse realiteit van het verzorgingshuis een andere manier van communiceren vraagt. Ook leer ik om haar te laten zijn zoals ze is: een verzamelaar, een rommelpot, gehecht aan zinloze dingen, verslaafd aan koekjes en chocola, met het geloof dat de geest van Henk haar helpt haar spulletjes terug te vinden, en dat vogels boodschappers uit de hemel zijn. Verder oefen ik geduld, als ik weer moet uitleggen hoe ze de CD van Eddy Wally moet opzetten en hoe haar nieuwe telefoon werkt.


Zoals vroeger verzamelt er zich weer een schare van bewonderaars en aanbidders rondom haar. Ze geniet ervan. Wat kan ze er dan stralend en gelukkig uitzien. Dat zij geen aansluiting vindt bij het groepje oude en grijze dames die voluit over haar roddelen, deert haar niet. 'Ach die wijven, die zijn gewoon jaloers', zegt ze. En vrolijk danst ze overal tussendoor. Wel vraagt ze peinzend aan me waarom ze zoveel aandacht nodig heeft. Ik leg haar uit dat haar vader nooit lief voor haar is geweest en dat ze dat gemis nu aan het inhalen is. En ik druk haar op het hart er vooral van te genieten.


Een klein stukje terug in de tijd. In 2011 tijdens een tiendaagse meditatie retraite werd ik me plots bewust van de immense dapperheid van mijn ouders. Met hun opvoeding en verdriet, met hun beperkte vaardigheden in een vreemde voor hen vaak onbegrijpelijke wereld, hebben zij zich door het leven geworsteld. Zo goed mogelijk. Ik begreep hun strijd en hun beperkingen, voelde mee met hun drama, het falen en de pijn. En ik voelde respect voor hun inzet. Want ik heb het zeker als gemis ervaren dat mijn moeder in tijden van verdriet in zichzelf opgesloten zat en niet aanwezig was, dat ze me niet begreep, dat we geen gespreksstof hadden. En het was pijnlijk om te ervaren dat mijn nieuwgeboren zoon plots zoveel belangrijker voor haar was dan haar eigen zoon.


Desalniettemin heeft mijn moeder mij een lesje in dankbaarheid, compassie, levenslust en liefde geleerd. Dus lieve moeder bedank ik jou, omdat ik door mijn zwartgallige buien heen, die ik misschien wel van jou heb geërfd, geleerd heb in mijn eigen kracht te geloven en eenzaamheid te verdragen. Ik bedank jou ook omdat je als afwezige moeder, mij hebt gestimuleerd op mezelf te staan. Maar bovenal bedank ik je voor je stralende en lieftallige aanwezigheid. Je hebt me de ruimte gegeven mijn eigen weg te gaan. Misschien begreep je niet waar ik mee bezig was, maar ik heb altijd jouw onvoorwaardelijke goedkeuring gevoeld en je vurige wens dat het met mij goed zou gaan. Ik heb bij jou nooit enige ontkenning gevoeld voor wie ik was en aan het worden was. Je hebt me altijd binnen jouw mogelijkheden gesteund, met jouw volledige belangeloze wegcijferende inzet. Ook heb je me steeds opgehemeld, tot aan het beschamende toe. Waardoor ik me getroost voelde en waardoor mijn zelfvertrouwen groeide. Soms was ik teruggetrokken en zelfgenoegzaam. Maar er kwam nooit een verwijt van jou, je liet me altijd zijn, was altijd vergevingsgezind, bleef me steunen. Als kind leerde je me delen, bescheiden en eerlijk te zijn, en je gaf zelf het goede voorbeeld.


En nu aan het eind van je leven laat je me zien dat het leven niet ophoudt als je oud en krakkemikkig bent, maar dat dit ook een glorieuze periode kan zijn.


Moeder, ik prijs me gelukkig met jou! Je bent een weergaloze coach.


* * *


NB Wil jij ook een hommage- of herdenkingsvideo voor iemand die je dierbaar is? Een beeldverhaal met tekst en uniek gitaarspel. Neem dan contact met me op 0634413344 / rupost@hotmail.com




Ruud Post 

Coaching en Inspiratieblog

Ontvang mijn blogs

Mail: rupost@hotmail.com

Mobiel : 0634413344

Eindhoven 

Ruud als  gitarist en gitaarleraar 

www.ruudpost.com