Frontsoldaat of vredestichter?

Gezien de vele relletjes tijdens deze warme zomer, zou je denken dat er best veel mensen zijn die de rol van frontsoldaat zouden verkiezen boven de rol van vredestichter. Gelukkig prefereren de meeste mensen toch vrede boven oorlog. Ik zelf ben niet zo'n vechter, ik verafschuw bruutheid en geweld en ben verbaasd over de vele mensen die de adrenalinekick opzoeken van de confrontatie, het gevecht, de ruzie en de agressieve boosheid.

Toch ontkom je er niet aan altijd aan om als frontsoldaat op te treden. Het leven vraagt soms om het gevecht, om agressie, boosheid en verontwaardiging. In het Tibetaans Boeddhisme krijgt deze (onaangename) waarheid een spirituele betekenis in de vorm van de toornige godheid. Zoals we weten zijn goden volmaakte wezens. Een godheid die in zijn verschijningsvorm gekenmerkt wordt door toorn, woede en boosheid is nogal in tegenspraak met ons ideaalbeeld van een vreedzame en liefdevolle god. Het bijzonder van deze toornige godheid is echter dat zijn woede niet voortkomt uit een overdaad aan testosteron, frustratie een gemankeerde ego-behoefte maar uit compassie of mededogen.

In de boeddhistische denkwereld voelen de Goden mee met het leed van de mens en proberen zij hem op weg te helpen op het pad van verlichting waardoor het leed kan worden verminderd. De toornige goden zijn eigenlijk de boeddhistische frontsoldaten die ons bejegenen met agressie, boosheid en woede om ons energiek de weg te wijzen naar het pad van verlichting, het pad waar we vaak maar niet op geraken door onze lethargische, halsstarrige en neurotische geneigdheden.

Dit is een uitermate uitdagende maar ook nogal verwarrende zienswijze. Want voelen wij ons meestal niet schuldig als we in woede tegen een ander zijn uitgevaren, hem of haar hebben gekrenkt. Boosheid en agressie zijn niet fijn. Niet voor de agressor maar ook niet voor het slachtoffer. Toch bestaat er een soort van edelmoedige boosheid en agressie die een opbouwende kracht heeft, een kracht die vastgeroeste patronen, halsstarrigheid, kortzichtigheid en onverschilligheid kan doorbreken, daar waar liefdevolle vriendelijkheid tegen een muur botst.

Ik heb er onlangs zelf mee mogen experimenteren. Het inzetten van toorn en woede om gedragsverandering te bewerkstelligen die tot meer harmonie en geluk zou kunnen leiden in een situatie waarin mensen elkaar in de weg zitten. We hebben allemaal last van onbewust gedrag. We hechten allemaal aan onze comfortzone, soms beseffen we zelfs niet hoe sterk we eraan verknocht zijn. Zo sterk dat we ondanks vriendelijke aanmoediging er niet in slagen om in dienst van het geluk van het geheel (het vat waar we ook ons persoonlijk geluk uit tappen) uit onze comfortzone te stappen om ons gedrag te veranderen.

Goed ik moest uit mijn comfortzone stappen om anderen te stimuleren ook uit hun comfortzone te geraken. Dat vond ik niet makkelijk. Maar ik ben boos en toornig geweest, ik ben uitgevaren, ik heb bestraffend toegesproken, ik heb met lichte stemverheffing gesproken, ik heb geïrriteerd gereageerd als vastgeroest gedrag voor de zoveelste keer weer omhoog floepte. Het was niet mijn testosteron, het was niet omdat ik zo graag het alfa-mannetje wilde spelen, het was niet omdat ik mij gekrenkt voelde, omdat mijn ego gekwetst was, het was niet persoonlijk. Het was omdat vastgeroest gedrag moest veranderen, omdat er nieuwe inzichten moesten gaan dagen, het was om de motivatie aan te wakkeren, met een vuurtje van boosheid en verontwaardiging.Zodat iedereen uiteindelijk er beter van zou worden.

En ..... heeft het geholpen? Ja het heeft geholpen. Er is iets veranderd. Men doet nu wat meer voor elkaar en men beseft iets beter dat het geluk van de ander een belangrijke factor is in het eigen persoonlijke geluk.

En hoe vond ik het? Ik vond het heel moeilijk. Ik merkte dat mijn basale gevoelens van vrede, liefde, kalmte, aandachtigheid, in het gedrang kwamen. Had ik mij toch iets te veel door mijn boosheid laten meeslepen. Bleef het aan me kleven? Was het toch een ego-ding geworden? Misschien! Maar er was ook nog iets anders aan de hand.


Op een ochtend werd ik wakker op het Franse platteland. De koele nachtwind had gezorgd voor een aangename frisheid in de kamer. Het was doodstil. Zo'n doodstilte had ik lang niet meer gehoord. Ik had heerlijk vast geslapen. Ook dat was een tijd geleden. Ik voelde tevredenheid, dankbaarheid, liefde en blijdschap stromen. Er was niets bijzonders gebeurd, ik was nog steeds frontsoldaat, maar nu een frontsoldaat die goed was uitgerust, die genoot van de stilte en de rust van de vroege ochtend op het Franse platteland: de vrede. Dat was alles. Er was opeens evenwicht tussen oorlog en vrede. Oorlog en vrede hadden vrede met elkaar gesloten. Frontsoldaat en vredestichter sliepen met elkaar in één bed.  

Ruud Post 

Coaching en Inspiratieblog

Ontvang mijn blogs

Mail: rupost@hotmail.com

Mobiel : 0634413344

Eindhoven 

Ruud als  gitarist en gitaarleraar 

www.ruudpost.com